Exploring Digital Culture
Article

8. Waarom je online privacy kunt vergeten

(Tenzij we als publiek onze verantwoordelijkheid nemen)

Sun 09 Nov 2014
Suze Krijnen 

Of je nu je politieke opvattingen met de wereld deelt, naakte selfies stuurt via Snapchat of niet meteen reageert op een whatsappje; wie digitaal communiceert heeft nauwelijks controle over de context waarin persoonlijke informatie uiteindelijk terechtkomt. We blijven boos wijzen naar internetbedrijven en eisen betere privacy-instellingen. Wat we nodig hebben is echter niet meer controle, maar een geschikt kader voor de omgang met online persoonlijke informatie.

Steeds meer vrezen we niet alleen Big Brother en Big Business, maar ook onze eigen medemens online. Ze houdt ons in de gaten via sociale media en zoekmachines, maar wie weet trackt je baas via Sidekick wanneer je haar mails opent, of maakt iemand de privéchats die je uitwisselt via een dating app openbaar (zoals de kunstenaar Dries Verhoeven deed op een groot scherm in Berlijn). Ook als het niet direct tot schade leidt – van stalken, chantage, ruzie, pesten, tot het verlies van een baan, ouderschapsregeling of relatie – veroorzaakt digitale communicatie een groeiend onbehagen in de relationele en professionele sfeer.

Dat we zitten met de digitale sporen die we achterlaten, blijkt uit het grote animo voor ‘het recht om vergeten te worden’, waar ook het Europese Hof van Justitie sinds mei 2014 voor opkomt. Van de bijna 500.000 verzoeken die Google sindsdien ontving, om onjuiste, niet meer relevante of belastende persoonlijke zoekresultaten voortaan weg te laten, verwijderde zij echter slechts 41,8%. Heb je de inhoud zelf online geplaatst dan ben je de klos. Hetzelfde geldt als zoekmachinegigant of EU zich beroepen op het algemeen belang van de openbaarheid van de informatie. Van gênante foto’s en onhandige uitlatingen kom je dus ook nog eens niet zomaar af.

De illusie van controle

Voorkom ellende, is het devies, en deel veilig en bewust. De overheid, opvoeders en allerhande consultants staan in de verspreiding van deze boodschap voorop. Met campagnes, websites, lesprogramma’s en keukentafelgesprekken richten zij zich op kennis en bewustwording van de risico’s van digitale communicatie. Je mag dan weinig invloed hebben op wat de NSA en Facebook met jouw data doen, maar alledaagse privacyrisico’s heb je zelf in de hand.

Aanbieders van cloud- en sharing diensten staan klaar om je hierbij te assisteren. Almaar geavanceerdere privacy-opties laten je aangeven wie van je contacten welke gegevens mag zien. Strenger wachtwoordbeleid moet inbraak op je account voorkomen. Hier en daar zijn standaardinstellingen naar een meer ‘besloten’ niveau teruggeschroefd. Alles om je te laten blijven delen; het businessmodel van deze bedrijven is tenslotte op onze data gebaseerd.

En zo richten overheid en bedrijfsleven zich op precies datgene wat internet nu juist onmogelijk maakt: controle. Want eenmaal gedeeld, is digitale informatie per definitie out of control. Sociale mediaonderzoekers als Danah boyd leggen dat uit aan de hand van de eigenschappen van online informatie. Die is permanent beschikbaar, eenvoudig te doorzoeken, kopieerbaar en manipuleerbaar. Ze kent een onzichtbaar publiek dat zich ook nog eens in de toekomst bevindt. Verder kunnen gegevens uit verschillende (online en offline) bronnen gemakkelijk worden geïndexeerd en gekoppeld.

Met als gevolg allereerst het verlies van context. Waar je in een fysieke situatie redelijk kunt inschatten wie je voor je hebt, wie er kunnen meeluisteren en wat je beter wel en niet kunt zeggen, spreek je online in potentie iedereen, overal en op ieder moment tegelijk toe. Daar kunnen we ons geen voorstelling van maken, dus richten we ons op een ‘imaginair’ publiek. En zijn we ontdaan als er buiten die beoogde context iets met onze gegevens gebeurt (zie ook de definitie van online privacy als contextuele integriteit van de filosofe Helen Nissenbaum).

Een andere complicatie is schaalvergroting. Hoewel het gros van gedeelde informatie slechts door enkelingen wordt bekeken, heeft bepaalde content de neiging zich razendsnel te verspreiden. Een bericht intrekken heeft dan weinig zin. Onevenredige aandacht kan ontstaan als iemand plotseling nieuwswaardig wordt, bijvoorbeeld bij overlijden of betrokkenheid bij een (veronderstelde) misdaad. Of zomaar, zoals de 16-jarige Alex overkwam. Hij was aan het werk in een Amerikaanse winkelketen, toen een meisje een foto van hem maakte en die tweette naar een vriendin. Binnen de kortste keren ging #alexfromtarget viral op Twitter, met alle positieve maar ook negatieve aandacht van dien.

Tragische individualisering

Volgens boyd is de enige veiligheid waarop je je online kunt beroepen voorlopig en relatief. Al zou je een dagtaak maken van het bijwerken van privacy-instellingen en alleen met een handjevol naasten delen; digitaal communiceren heeft altijd potentiële consequenties. Dat maakte ook de ‘Snappening’ duidelijk, waarbij tienduizenden privéfoto’s en video’s lekten van veelal minderjarige gebruikers van fotoberichtendienst Snapchat. Ironisch genoeg een app die gebruikers op relatief gecontroleerde wijze laat delen; een foto of video kan naar één of enkele ontvangers worden verstuurd en is maximaal 10 seconden zichtbaar, waarna het beeldmateriaal voorgoed van de servers wordt gewist (tenzij de ontvanger een screenshot maakt). De gehackte partij blijkt een andere app, waarmee je via Snapchat verstuurde foto’s toch kunt opslaan.

Het is de ironie van de ‘risicomaatschappij’, een term van de socioloog Ulrich Beck. Er zijn niet zozeer meer risico’s dan voorheen, maar de samenleving is steeds meer bezig met het bediscussiëren, controleren en voorkomen van risico’s die zijzelf veroorzaakt. Dit verplicht ons tot preventief handelen, terwijl de ware dreiging nu juist uitgaat van de onbedoelde en onvoorziene neveneffecten van de complexe systemen en technologieën die we hebben gecreëerd. Beck heeft het over klimaatverandering, economische crises en terrorisme. Maar ook het risicodebat rond informatie- en communicatietechnologie kunnen we beschouwen als een typische uiting van het ‘techno-wetenschappelijke’ streven naar kennis en controle.

Nu we zien dat ‘deskundigen’ ook geen garanties kunnen bieden op veiligheid en stabiliteit, komt de verantwoordelijkheid te liggen bij het individu. Het individu dat claims van overheden en bedrijven (zoals die over online privacy) niet kan maar wel moet vertrouwen. Beck spreekt van een ‘tragische individualisering’. De reacties op het Snapchat-incident – veelal in de trant van ‘had je maar beter moeten opletten’ – suggereren inderdaad dat je een internetbeveiligingsexpert of jurist moet zijn om een iPhone te gebruiken.

Van individuele naar collectieve verantwoordelijkheid

Beck ziet evenwel een lichtpuntje in de dreiging van mondiale risico’s. In het besef dat we allemaal kwetsbaar zijn voor een naderende ramp, schuilt volgens hem een unieke kans op een ‘kosmopolitisch moment’: een transformatie waarbij mensen met uiteenlopende economische, politieke of culturele achtergronden verantwoordelijkheid voor anderen gaan nemen. Niet uit altruïsme, maar als overlevingsstrategie. Hij zag dit bijvoorbeeld gebeuren bij de bankencrisis; alternatieven voor de ongebreidelde vrije markt werden pas echt bespreekbaar nadat het uit de hand was gelopen.

Zou van de dreiging van misrepresentatie en ongewenst gebruik van onze online persoonlijke informatie ook zo’n ‘verlichtende functie’ kunnen uitgaan? Zou de massale kwetsbaarheid van individuen online kunnen leiden tot meer inlevingsvermogen, begrip en respect? Wordt een alternatieve discussie denkbaar, waarin online privacy geen individuele maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid is?

In die richting denken academici en opvoeders die online delen zien als een sociale praktijk. Zo wijst Janet Vertesi, assistent-professor Sociologie aan Princeton University, erop dat we allemaal deel uitmaken van een sociaal netwerk van vrienden, familie en online diensten. ‘Er wordt van ons verwacht dat we delen; op zijn minst met diegenen die we niet regelmatig (kunnen) zien. Grootouders worden lid van Facebook om kiekjes van hun kleinkinderen te bewonderen en wie op wereldreis gaat blogt om het thuisfront van zijn avonturen op de hoogte te houden’, stelt zij naar aanleiding van gehackte naaktfoto’s van celebrities uit de cloud. Digitaal gedeelde informatie is volgens Vertesi ‘interpersoonlijk’ en daarmee een collectieve verantwoordelijkheid – voor én nadat het eventueel misgaat.

Alledaagse strategieën

In praktijk krijgt die gezamenlijke verantwoordelijkheid nog weinig vorm. Laten we, tegen de trend van het moderne risicodenken in, eens te rade gaan bij alledaagse strategieën om met onzekerheden om te gaan. Ook ‘offline’ lopen we immers het risico om verkeerd geïnterpreteerd te worden, ons te verspreken of een onhandige opmerking te maken. Op een borrel willen we ons nog wel eens laten gaan en als we iemand iets persoonlijks toevertrouwen, moeten we maar hopen dat ‘ie het niet doorvertelt. Volgens de socioloog Erving Goffman is zelfs geen sociale interactie mogelijk zonder het risico om in verlegenheid gebracht te worden.

Goffman ontdekte echter dat het ‘publiek’ in zulke situaties geneigd is zich loyaal en tactisch op te stellen. Dat verklaart hij vanuit het hogere doel achter interactie: we willen laten zien dat we raad weten met sociale situaties en dat anderen van ons op aan kunnen. Iedere deelnemer heeft daarom belang bij een vlekkeloze ‘performance’. Vangt het publiek een glimp op van wat ‘achter de schermen’ had moeten blijven, dan past zij ‘beschermende praktijken’ toe. Zo zullen mensen die onuitgenodigd een ruimte betreden, de aanwezigen waarschuwen en zich op de achtergrond houden. In pijnlijke situaties tonen we een grote bereidheid om excuses te aanvaarden en gevallen van too much information negeren we discreet.

Op het virtuele toneel is het een stuk lastiger ‘optreden’. Met het verlies van context valt de grens tussen voor- en achter de schermen weg. We bevinden ons continu in de coulissen, waar het doek elk moment kan worden opgetrokken. Dit legt een grotere druk op de ‘performer’, maar vraagt ook wat van het publiek. Als onduidelijk is welke situatie de afzender voor ogen heeft gehad, zal dit publiek meer moeite moeten doen om ‘afgegeven indrukken’ te interpreteren (en eventueel beschermende praktijken toe te passen).

Een mediawijs en verantwoordelijk publiek

De interpretatie van online persoonlijke informatie is in de eerste plaats een kwestie van digitaal inzicht of ‘mediawijsheid’. De online toeschouwer zal op zoek moeten naar nieuwe aanwijzingen over de oorspronkelijke context. Op wat voor site staat de informatie, hoe komt de site aan die informatie, is er ergens een datum te bekennen? Kan het zijn dat de boodschap (met of zonder emoticons) met een knipoog werd bedoeld, niet representatief is of zonder toestemming van het onderwerp is geplaatst? Hoe minder context, hoe meer terughoudendheid op zijn plaats is bij het beoordelen en gebruiken van de informatie.

Naarmate we vertrouwder raken met digitale informatie, worden we steeds beter in het interpreteren ervan. We weten inmiddels wel dat niet alles wat op internet staat waar, volledig en serieus is. Ook leren we de commerciële drijfveren achter internet herkennen. Zo zal je, als je iemand googlet, niet snel meer klikken op websites met namen als Wieowie.nl, Wiezoekje.nl of Pipl.com: sites die zonder toestemming van de betreffende persoon data uit allerlei (ooit) openbare bronnen bij elkaar plukken, en vooral hopen dat je op hun advertenties klikt.

Behalve inzicht, vergt de omgang met online persoonlijke informatie een morele verantwoordelijkheid. Ook als het publiek ervanuit gaat dat een persoon zijn optreden in een bepaalde context passend achtte, kan een foto, uitspraak of check-in diegene (of het publiek) immers in een ongemakkelijke positie brengen. In zo’n geval kan het onbedoelde publiek ervoor kiezen weg te kijken/klikken, of de afzender een kans geven te reageren. Jongere en kwetsbare personen – in Goffmans termen ‘beginnende performers’ die vatbaarder zijn voor fouten – zouden in dit opzicht op extra toegeeflijkheid moeten kunnen rekenen.

Ook hier is een verschuiving zichtbaar. Toenemende zichtbaarheid van informatie die voorheen achter de schermen bleef – of zoals Beck het noemt: de confrontatie met ‘de ander’ – draagt bij aan doorbreking van taboes. Zo is de tijd voorbij dat je niet meer werd aangenomen als er ergens op internet een party picture van je circuleert. In plaats van je als losbol opzij te schuiven, kan de recruiter in het gesprek vragen of je in bent voor vrijdagmiddagborrels. Je buurman tegenkomen op een datingsite is weinig opzienbarend, nu zo’n beetje iedere single wel eens heeft rondgekeken op Tinder. Komt Whatsapp met een nieuwe feature die toont of de ontvanger een berichtje heeft gezien – de ‘blauwe vinkjes’ – dan ontwikkelen we al gauw nieuwe normen omtrent de verwachte reactiesnelheid. En over de Snappening werd al snel opgemerkt dat wie de gehackte naaktfoto’s van minderjarigen probeert te downloaden, kinderporno bedrijft.

Door de achterdeur

Een uitdaging aan de toepassing van Goffman’s theorie is natuurlijk de anonimiteit van het online publiek. Op internet kunnen we gemakkelijk de voyeur uithangen zonder zelf te worden gezien. De bereidheid bij het publiek om aanwijzingen te achterhalen en zo nodig weg te kijken, veronderstelt dat zij daar zelf belang bij heeft. Maar voor een onzichtbaar publiek staat niet, zoals bij Goffman, de eigen positie als deelnemer aan de interactie op het spel. Het anonieme publiek is niet gemotiveerd om een scène te voorkomen. Door een innemende indruk te maken kan zij misschien profiteren van de situatie – een foto liken of iemand aanbevelen op LinkedIn – maar vaak is daar geen noodzaak toe.

Een verdere uitdaging zijn asymmetrische machtsverhouding tussen individu en publiek. Denk aan ouders, leraren, werkgevers, pedofielen of populaire leeftijdsgenoten. Onder het online publiek bevinden zich behalve personen ook instanties. Marketeers, recruiters, schade-afhandelaren, journalisten en andere professionals zullen hun goede intenties met harde bedrijfslogica moeten onderhandelen. Tot slot zijn er online (net als offline) criminelen en pestkoppen, die überhaupt niet het beste met ons voor hebben.

Controlegerichte strategieën kunnen helpen ‘onnodige’ (want voor de hand liggende) schade te voorkomen. Maar we moeten beseffen dat we juist onverwachte risico’s niet kunnen uitsluiten. We kunnen onze digitale sporen met een geruster hart achterlaten – in de alledaagse sfeer dan toch – als we kunnen rekenen op een mediawijs en verantwoordelijk publiek. Een publiek dat begripvol, terughoudend en fatsoenlijk omgaat met onbeheersbare, context ontberende en niet voor haar ogen bedoelde informatie.

Hoewel het ‘kosmopolitisme’ ons volgens Beck ongewild ‘door de achterdeur’ overvalt, kan het geen kwaad die deur vast van het slot te halen. Nu steeds meer mensen rondlopen met zichtbare en onzichtbare wearables, gezichtsherkenningssoftware zich razendsnel ontwikkelt en een generatie opgroeit met online presence vanaf de wieg, neemt onze kwetsbaarheid toe en wordt de vraag steeds acuter: wat voor online publiek willen we zijn?

Dit artikel is geïnspireerd op de scriptie die ik in 2010 schreef in het kader van de master Nieuwe Media & Digitale Cultuur aan de Universiteit Utrecht: ‘Van privacyparadox naar controlecontroverse: Een antwoord op het privacydebat rond sociale netwerksites in termen van de risicomaatschappij’.

Bronnen

Beck, U. (2006) ‘Living in the World Risk Society’, Economy and Society 35 (3): 329-345.

—-, (2008) ‘Risk Society’s Cosmopolitan Moment’ Lezing Harvard University, 12 november 2008. http://www.labjor.unicamp.br/comciencia/files/risco/AR-UlrichBeck-Harvard.pdf [laatst bezocht op 4 november 2014]

—-, (2009) World at Risk. Cambridge: Polity Press.

boyd, d. (2007) ‘Social Network Sites: Public, Private, or What?’ Knowledge Tree 13. http://www.danah.org/papers/KnowledgeTree.pdf [laatst bezocht op 4 november 2014]

Goffman, E. (1959) The Presentation of Self in Everyday Life. New York: Anchor Books.

Vertesi, J. (2014) ‘Celebrity Nude Photo Hack Exposes Flaw In How We Think About Privacy and the Cloud’ Time Online. http://time.com/3256596/celebrity-nude-photo-hack-cloud-privacy [laatst bezocht op 4 november 2014]

Mara Vandorou Editorial: The Public Human Strategies of living in the transparent society
Carmin Karasic 1. Hacktivism in My Words Becoming a hacktivist through electronic civil disobedience
Stephanie de Smale 2. Tinkering with Life Strategies for 'literacy' in the age of biotechnology
Ben Borrow 3. The (in)convenient surveillance device The Mobile Phone as both Enabling Surveillance yet Empowering the Individual
Marina Turco 4. In the Shadow of the Matrix A strategic approach to the transparant society
Alexandra Woelfe 5. Surveillance of the state Connections to identity, autonomy and Foucault's notion of biopower
Dr David Barnard-Wills 6. Stanza An artist's engagement with surveillance, privacy, technology and control
Joeri Taelman 7. Biopolitics through the internet of bodies The act of looking back might sound appealing, but it might very well mean the disappearance of disappearance
Hans de Zwart 9. Privacyrede 2014 Deze rede werd op 2 september 2014 uitgesproken voor SETUP en Studium Generale UU in de Senaatszaal van het Academiegebouw in Utrecht.
Nienke Huitenga 10. Mijn Digitale Schaduw Ooit ging het om je persoonsgegevens. Nu geven we iets veel waardevollers weg.